Bemiddeling na een scheiding

Met een onderling akkoord kan een bestaande overeengekomen scheidingsregelingsovereenkomst of een scheidingsvonnis wijzigen. Het kan gaan om het bijsturen van de verblijfsregeling, de onderhoudsbijdragen voor de kinderen of om het persoonlijk onderhoudsgeld van één van de partners. In deze nieuwsbrief wordt de aanpassing van de verblijfsregeling toegelicht, de andere elementen komen later in een nieuwsbrief aan bod. Raadpleeg ook de BLOG op de website: u vindt er een schat aan actuele en andere nuttige informatie.

Een aanpassing van een overeenkomst of vonnis is  niet vanzelfsprekend, zeker niet wanneer slechts één partner een wijziging wil. Maar het kan soms  ook noodzakelijk zijn om een bestaande scheidingsregelingsovereenkomst of een scheidingsvonnis bij te sturen. Immers niets blijft altijd hetzelfde en onveranderd. Voor een herziening van de overeenkomst kan men terecht bij mij, erkend bemiddelaar. De knelpunten worden geïdentificeerd en besproken om zo tot een door beide partners nieuwe aanvaarde overeenkomst te komen. Immers voor elk knelpunt is er een oplossing, ook voor de verblijfsregeling, tenminste  als er gekeken wordt naar het belang van het kind.

Vaak wordt een verblijfsregeling gekoesterd als een veroverde schat, een schat die men niet wil los laten, bang om te verliezen. Het is immers de grote angst die speelt: je kind minder zien. Of de grote verwachting bij de andere ouder: het kind net meer willen zien. Dus vaak zijn er tegengestelde belangen.

Er kunnen diverse redenen zijn om de verblijfsregeling aan te passen. Het kan bvb zijn dat:

  • een partner verder weg gaat wonen,
  • of het werkregime van één van de partners wijzigt (van shifturen naar dag of omgekeerd, of een deeltijdse job wordt voltijds),
  • of een ouder wil het kind meer bij zich en dus een meer uitgebreid verblijf,
  • of bij het kind wordt opgemerkt dat het lijdt onder de huidige regeling,
  • of een kind geeft zelf aan dat het meer bij de andere ouder wil verblijven,
  • of de gemaakte afspraken worden niet of onvoldoende nagekomen,
  • of het blijkt dat het verblijfsco-ouderschap een te grote versnippering met zich brengt en niet in het belang van het kind werkt,
  • of de vakantieregeling voldoet niet meer,
  • of de opvangmogelijkheden wijzigen,
  • of …

Op zich is het niet ongewoon dat de afspraken worden aangepast. Immers bij opmaak van de initiële regeling werd uitgegaan van de gegevens die toen beschikbaar waren, met wat men toen wist en mee rekening hield. Maar een ouderschapsovereenkomst is vaak een groeimodel en het is in het belang van het kind dat er wordt rekening gehouden met de praktijk van elke dag.

Wat met de verblijfsregeling als de ouders het niet eens geraken?

Ook een verblijfsregeling die opgelegd werd door de rechter kan nog worden gewijzigd. Dat kan in onderling overleg. Wanneer een partner een aanpassing niet bespreekbaar acht dan kan de andere partner zich beroepen op  nieuwe omstandigheden die buiten de wil van de partijen hun toestand of die van de kinderen ingrijpend wijzigen (artikel 1288 gerechtelijk wetboek). Indien beide ouders dus onderling niet tot overeenstemming kunnen of willen komen dan kan de vraag tot wijziging voorgelegd worden aan de Jeugdrechtbank. De jeugdrechter zal dan oordelen en uiteraard ook rekening houden met het belang van het kind. Maar de ouder die de wijziging van de verblijfsregeling vraagt, moet duidelijk aantonen dat de omstandigheden grondig zijn gewijzigd sinds de oorspronkelijke verblijfsregeling werd bepaald.

Van het ogenblik dat het kind 12 jaar is zal de jeugdrechter het kind uitnodigen om het te horen en dus vernemen wat het kind zelf wil. Echter het is niet het kind dat de verblijfsregeling zal bepalen, de jeugdrechter kan evenwel rekening houden met de wensen van het kind. Als het kind jonger is kan een ouder alsnog de jeugdrechter vragen het kind te horen De rechter beslist autonoom of dit nodig en nuttig is.     
Om de opvoedingssituatie te beoordelen kan de rechter een sociale studie bevelen. Dit betekent dat er gesprekken zijn met beide ouders (apart en soms samen) en een sociaal assistente, eventueel ook met het kind. Afhankelijk van de situatie wordt ook beslist tot een bezoek ten huize van elke ouder. Uiteindelijk komt de rechter dan tot een uitspraak.

Het gebeurt regelmatig dat de jeugdrechter alsnog de ouders beveelt of vraagt om te trachten met bemiddeling tot een vergelijk te komen; immers een door bemiddeling bekomen overeenkomst wordt duurzaam beter door de ouders ‘gedragen’ t.o.v. een vonnis dat de ouders wordt ‘opgelegd’. Als erkend bemiddelaar heb ik regelmatig dergelijke gerechtelijke aanstellingen.

Niet zelden noopt een wijziging van de verblijfsregeling ook tot een aanpassing van de onderhoudsbijdragen. Ofwel dienen de tussenkomsten voor de verblijfsgebonden kosten herzien, of dient de verdeling van de niet-verblijfsgebonden kosten aangepast. Zowel voor de aanpassing van de verblijfsregeling als voor de onderhoudsbijdragen is men bij mij aan het juiste adres om de regelingsovereenkomst op een deskundige wijze aan te passen. Eén en ander (na een herberekening van de onderhoudsbijdragen) wordt op een correcte en fiscaal geoptimaliseerde manier op papier gezet en door de rechtbank bekrachtigd. In een volgende nieuwsbrief meer over de aanpassing van de onderhoudsbijdragen.

Algemeen
Tags: 
Wijzigen verblijfsregeling, Verblijfsregeling
Categorie: 
Bel of mail voor een afspraak om u te begeleiden om tot een oplossing te komen